‘Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht… Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en een daarvan afgedwaald is, zal hij niet de 99 andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken?’

(Mattheüs 18:10a, 12)

Is het mogelijk dat herders meer gefocust zijn op het succes van de 99, dan op het verlies van 1?

Wat kerkverlating betreft, spreken voorgaande kerkelijke leiders zelden over vertrekkende leden met compassie en een brok in de keel.

Verklaringen omtrent vertrekkende leden variëren dan ook van luchtig tot beschuldigend. In dat laatste geval lijkt de denktrant eerder ‘Waarom hebben zij ons verlaten?’ te zijn, dan: ‘Waarom is een van ons weggegaan?’

Getuigenissen van voormalige actieve gemeenteleden laten daarbij zien dat kerkverlaters niet zelden labels als ‘niet gecommitteerd’, ‘lauw’, ‘kritisch’ of zelfs ‘rebels’ worden toebedeeld. Maar is dit terecht?

Schapen zonder herder

Jezus noemt Zijn mensen schapen (Joh. 10:16; 21:16). Niet bepaald een flatteuze vergelijking, maar wel een die inzicht geeft in aard en omgangsvormen. Schapen zijn immers kuddedieren. Oftewel, als zij wegvluchten of afdwalen, moet er een gegronde reden zijn dat zij zich solitair in de gevarenzone begeven.

Natuurlijk kunnen er tal van factoren ten grondslag liggen aan een kwijnende kudde. Toch gebiedt eerlijkheid ons minstens af te vragen of herderschap in Nederland nog wel het predicaat ‘goed’ verdient (Joh. 10:11) waar de schapen die de kudde verlaten, niet méér prioriteit van een herder krijgen (Matt. 18:10-14) — of beter nog: onmiddellijke, actieve bewogenheid en betrokkenheid van zowel herder als kudde.

Dat christenen de kerk verlaten is bekend. Het gros van onderzoek rondom dit fenomeen richt zich doorgaans op de waarom-vraag. Dit laatste is begrijpelijk, maar vooral ook in het voordeel van de herder die de overige 99 binnen de kooi wenst te houden.

Wat kerkverlaters meemaken in dit proces blijkt een duidelijk minder populair studie-onderwerp. Kerkgroei- en kerkboei-strategieën lijken prioriteit te krijgen.

Met het oog op een Lichaam van Christus dat in Nederland steeds kleiner wordt, verdient het onderzoek om te weten waarom er niet zorgvuldiger met leden wordt omgegaan die vertrekken. Met name als zij eerst een actieve rol vervulden.