Door CBS-cijfers klinkt het:
‘…zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ (Mt. 18:8a)

Van kerkkater tot stress tot trauma

De impact van kerkverlating op iemands leven kan niet altijd worden afgedaan als een simpele ‘kerkkater’. Literatuur over en getuigenverslagen van kerkverlaters die het proces beschrijven van het zich onttrekken aan de denominatie of christelijke gemeenschap waar zij deel van waren, laten zien dat het effect hiervan over het algemeen wordt onderschat. Niet alleen door kerkelijk leiderschap en de christelijke gemeenschap om de kerkverlater heen, maar ook door de persoon zelf.

Het (nood)gedwongen vertrekken uit een gemeente omwille van een intern of extern conflict maakt een onmiskenbare impact op iemands persoonlijke leven. Wanneer iemand vertrekt vanwege ethische, financiële, theologische, integriteit- en/of leiderschap gerelateerde kwesties, of in het ergste geval directe excommunicatie, kan dit een verstrekkend of blijvend effect hebben op iemands psyche, dagelijks functioneren, Godsbeeld en verdere geloofsontwikkeling.

Negatieve effecten lijken met name te worden ervaren wanneer het vertrekkende lid jarenlang actief is geweest in de kerkelijke gemeenschap en/of een leiderschapsrol daarbinnen heeft vervuld.

De intensiteit, het (soms acute) verlies van een veilig, sociaal-religieuze omgeving en het door onttrekking ontstane isolement, kunnen dan langslepende effecten teweegbrengen die herkenbaar zijn vanuit andere traumatische condities.

Met name het feit dat het (moeten) verlaten van een kerk vaak gepaard gaat met heroverweging van waarden, dogma’s, geestelijke beleving, en dergelijke, kan ervoor zorgen dat naschokken van zo’n beslissing niet alleen de menselijke psyche raken, maar zelfs fysieke klachten veroorzaakt.

Dit onderzoek is gericht op het in kaart brengen van deze effecten en de implicaties die dit heeft voor kerkelijk leiderschap.